Digitale geletterdheid: nut én noodzaak

Dat digitale geletterdheid onderdeel van het curriculum wordt (of al zou moeten zijn) is voor mij geen vraag. Sterker nog: ik zie het als een vereiste voor goed toekomstgericht onderwijs. Deze zomer werd ik – terwijl ik boeken las, Zomergasten keek en door mijn Twitterlijn scrolde – gesterkt in mijn overtuiging.

Van Zomergasten tot Curriculum.nu

Tijdens mijn vakantie las ik Oorsprong van Dan Brown. In dit boek beschrijft hij hoe er een proces gaande is waarbij mens en technologie steeds meer lijken te gaan versmelten. Met daarbij natuurlijk de spannende en terechte vraag wie er uiteindelijk ‘aan de knoppen zit’ en blijft: de mens of de technologie? Een deel van de uitzending van Zomergasten met Maxim Februari ging over een vergelijkbaar onderwerp. Volgens Maxim zijn mensen al jaren bezig ‘organen buiten zichzelf te bouwen’. Bestuurders, de politiek en bedrijven lijken ‘de turbo gezet te hebben’ op big data en algoritmes en hierop hun acties te baseren. Gevaarlijk, aldus Maxim. Want data zijn vaak vervuild, onjuist of een reductie van de werkelijkheid.

Ook in mijn dagelijkse werk speelt dit thema een belangrijk rol. Onlangs werden de conceptvoorstellen van curriculum.nu gelanceerd, waaronder het leergebied digitale geletterdheid. In de periode van mei tot augustus 2019 kon iedereen die wilde feedback geven op de voorstellen. Ik heb veel commentaar en kritiek[1] op mijn Twitter tijdlijn voorbij zien komen, maar was zelf vooral aangenaam verrast door de inhoud van het voorstel. Als op 10 oktober de ontwikkelteams hun voorstellen aan minister Arie Slob aanbieden, zal dit ongetwijfeld weer het nodige stof doen opwaaien, maar dat digitale geletterdheid onderdeel van het curriculum hoort te zijn, staat voor mij als een paal boven water.  

Digitale geletterdheid een vereiste 

De hierboven beschreven prikkels van Dan Brown, Maxim Februari en vele anderen sterken mij in de overtuiging dat het aanleren van digitale vaardigheden, waaronder het kritisch blijven kijken naar al deze ontwikkelingen, een absolute vereiste in ons onderwijs zijn. Het geven van onderwijs heeft immers als doel het aanleren van kennis, vaardigheden en attitude. Daarnaast willen we leerlingen voorbereiden op de wereld die komen gaat. In die wereld spelen de genoemde ontwikkelingen onmiskenbaar een steeds grotere rol.

En dat is nu juist wat de werkgroep Digitale geletterdheid heeft gepoogd te doen. In hun lijvige rapport van 80 pagina’s pleit zij voor het uitwerken van twee lijnen: het integreren van digitale geletterdheid in de bestaande vakken en daarnaast het aanbieden van digitale geletterdheid als apart vak.[2]

Digitale geletterdheid handen en voeten geven

Het thema digitale geletterdheid is O21 niet vreemd. Het afgelopen jaar hebben we ons, in samenwerking met LEV-WN, verder vastgebeten in dit vraagstuk. We zijn gestart bij de basis: met het stellen van essentiële vragen en doelen en het creëren van draagvlak in de hele organisatie. Hieruit kwam naar voren dat de eerste insteek, het integreren van digitale geletterdheid in het bestaande curriculum, voor deze organisatie de beste keuze is. Vervolgens hebben we een aanpak ontwikkeld waarmee de scholen van LEV-WN het komende schooljaar aan de slag kunnen en willen gaan. Vanuit een integrale en organisatiebreed gedragen aanpak, maar met ruimte voor specifieke schoolambities en met concretisering op klas- én leerlingniveau.

Hierbij ondersteunt O21 met het scheppen van orde in de chaos: uit de enorme hoeveelheid informatie die beschikbaar is, bieden we de beste bronnen gestructureerd aan. We ontwerpen (middels design thinking) een doorgaande leerlijn digitale geletterdheid vanaf groep 1 t/m 8, waarbij leerkrachten en leerlingen de handvatten krijgen die ze nodig hebben. We kiezen er daarbij bewust voor om geen kant-en-klare methode te ontwikkelen, maar wél om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de behoeften van leerling, leerkracht, school en bestuur en daarbij het proces te ondersteunen en begeleiden. De grootste uitdaging zit namelijk niet in het ontwikkelen van lesmateriaal, maar in het creëren van urgentie en eigenaarschap bij alle teamleden, in het zo goed mogelijk integreren van digitale geletterdheid in de huidige context en in het gezamenlijk optrekken als school of bestuur.

Risico’s zien, kansen grijpen

Bij dit proces en in de andere adviestrajecten die we doen, hebben we in het achterhoofd dat opgroeien in een digitaal tijdperk niet voldoende is om doelmatig en doeltreffend te kunnen leren van en met ICT.[3] Het is aan ons en het onderwijs om kinderen te leren hoe zij ICT als hulpmiddel kunnen gebruiken, om goed te kunnen functioneren in een ICT-rijke samenleving met alle kansen en risico’s van dien. Zodat ze enerzijds de gevaren waar Dan Brown, Maxim Februari en vele anderen voor waarschuwen, onderkennen en zo mogelijk voorkomen. Maar anderzijds juist ook de kansen van de digitale maatschappij weten te benutten.

Henk van de Hoef


[1] In veel van de commentaren gaf men aan dat men het geheel te algemeen, te wollig of te abstract vond en ook dat er te weinig draagvlak voor zou zijn. Alhoewel het een lijvig stuk is geworden, vond ik dat de werkgroep er in geslaagd is een duidelijke structuur en ambitie te verwoorden. Ook geeft men aan op welke manier digitale geletterdheid het beste tot zijn recht zou komen in het onderwijs. Natuurlijk ligt er vervolgens nog een grote opdracht om dit te concretiseren en te realiseren. 

[2] Het bijgevoegde videofragment illustreert de zoektocht naar de keuze voor een integrale of methodische aanpak, die per klant kan verschillen: https://www.vo-content.nl/blog/werkbezoek-aan-denemarken/

[3] https://wij-leren.nl/ict-onderwijs-digitale-vaardigheden.php