Onderwijsbehoeften? Die ceëren wij!

Een bijdrage van Wijnand Gijzen

Stel: een man krijgt de ‘uitdaging’ om een jaar later te koorddansen op een strak gespannen kabel van vijf meter lang op anderhalve meter boven de grond. Om dat doel te bereiken moeten we een passend leerprogramma ontwikkelen. En dan kijken we – vanzelfsprekend – naar de onderwijsbehoeften van deze man. Laten we aannemen dat de man behoefte heeft aan een dagelijks oefenprogramma waarin hij stapsgewijs met steeds minder ondersteuning op een geleidelijk hoger koord zijn vaardigheden traint.

Stel nu dat dezelfde man een andere ‘uitdaging’ krijgt; hij moet een jaar later koorddansen op een half strak gespannen kabel van vijf meter land op tien meter boven de grond. Wat zijn dan zijn onderwijsbehoeften? We weten nu al dat deze gaan leiden tot een intensiever oefenprogramma.

De leerkracht creëert de onderwijsbehoeften

Moraal van dit verhaal? Het staat in de titel: wij, als onderwijsprofessionals, creëren zélf de onderwijsbehoeften van elke leerling, van elke groep leerlingen en van elke schoolpopulatie. Dat gebeurt door het stellen van de doelen. Theoretisch klopt dit ook. Een onderwijsbehoefte bestaat immers altijd uit twee componenten: (1) het doel, en (2) dat wat er nodig is om daar te komen. Dus: hoe hoger we een doel stellen, hoe groter het verschil wordt met de kenmerken van de leerling (groep of schoolpopulatie). Op basis van dit verschil bepalen we de onderwijsbehoeften. Deze geven richting aan het samenstellen van het leerprogramma, dat we vervolgens ‘passend onderwijs’ noemen.

Stabiele onderwijsbehoeften

De meeste basisscholen doorlopen in acht jaar tijd een leerprogramma dat gericht is op het bereiken van de kerndoelen, of – voor de domeinen taal en rekenen – referentieniveau 1S. De keuze voor die doelen is een politieke beslissing geweest. Als maatschappij vinden we het belangrijk dat onze jonge burgers deze kennis en vaardigheden bezitten. Deze gewenste opbrengsten maken dat er een gemiddelde snelheid van leren nodig is in elke basisschool. Hierdoor creëert het onderwijs automatisch haar eigen onderwijsbehoeften in de schoolpopulatie. Omdat de persoonskenmerken van de schoolpopulatie niet zo snel veranderen, zijn de onderwijsbehoeften min of meer stabiel gedurende de hele schoolloopbaan. Ze lijken dan ook persoonskenmerken te zijn*. Dat is dus niet zo.

Kortom: het (externe) doel is allesbepalend voor de inrichting van passend onderwijs. Stel: we hoeven in dit land niet te rekenen…. Heeft iemand dan een onderwijsbehoefte op dat gebied? En als iedereen zou moeten kunnen koorddansen…?

* In 1 Stap verder met 1-zorgroute worden onderwijsbehoeften getypeerd als min of meer stabiele persoonskenmerken. Dit blogbericht is een correctie op die uitspraak. Tijdens het schrijven van de publicatie was de samenhang tussen de drie-eenheid opbrengstgericht – handelingsgericht – passend minder diepgaand doordacht. Voortschrijdend inzicht dus….