Onbegrepen CITO-toets

Laat een reactie achter

een bijdrage van Menno van Hasselt

De Cito-Eindtoets heeft de gemoederen de afgelopen weken weer flink bezig gehouden. Scholen protesteerden tegen de aankondiging dat de Cito-gegevens gepubliceerd zouden gaan worden. Ze vonden gehoor bij zowel de Algemene Vereniging voor Schoolleiders en de PO-Raad, de sectororganisatie voor het basisonderwijs. Ondertussen is het voorstel van de baan en lijkt het erop alsof scholen in de toekomst ook een andere toets mogen af gaan nemen.  Een pilot m.b.t. een alternatieve Cito-toets wordt momenteel ingericht. De focus op de ‘afrekencultuur’ zorgt ervoor dat we een verkeerde discussie voeren over een instrument dat maar één van de indicatoren vormt voor schoolsucces. Het belangrijkste instrument is en blijft de kennis, vaardigheid en attitude van de leerkracht.

Sir Ken Robinson

Het was Sir Ken Robinson die de uitspraak heeft gedaan dat wij de neiging hebben het meetbare belangrijk te maken in plaats van  het belangrijke meetbaar. Dat we de neiging hebben door te schieten in het meten van leeropbrengsten is niet louter de schuld van de overheid. Het zijn net zo goed de scholen die moeite hebben invulling te geven aan deze uitspraak. Dat is mogelijk is bewijzen tal van basisscholen die stappen maken om bewuster om te gaan met het analyseren van leeropbrengsten. Ook hanteren zij eigen gemaakte leerlingvolgsystemen voor domeinen die nu nog moeilijk meetbaar zijn. Denk dan aan mondelinge taal- en zelfsturende vaardigheden. Er is een groeiend aantal scholen die beseffen dat het (genormeerd) meten van leeropbrengsten bijdraagt aan het het beter tegemoet komen aan de onderwijsbehoeften van de leerlingen.

Yes, we can

Begin maart verzorgde ik een studiedag voor een schoolbestuur uit Brabant. De zes scholen van het bestuur waren dit schooljaar gestart met het invoeren van opbrengstgericht passend onderwijs (1 stap verder met de 1-zorgroute). Tijdens een rondje hoe het liep op de scholen bleken alle schoolleiders erg tevreden te zijn. Door een zorgvuldig en doordacht invoeringstraject was er enthousiasme ontstaan bij de leerkrachten om te werken met schoolstandaarden en onderwijsarrangementen. De schoolleiders vertelden me dat ze blij waren nu een gesloten systeem van datafeedback te hanteren. De Cito-toetsen geven input aan de richting aan het handelen van leraren, maar zijn niet het handelen zélf. Een Cito-toets is één van de vele responsen op het onderwijsaanbod, naast de methodegeboden toetsen, observaties en gegevens uit gesprekken met leerlingen en ouders.

Vaardigheidsmeter

In de discussie over Cito wordt vaak aangehaald dat Cito geen kwaliteit weergeeft. Daaraan wordt vaak toegevoegd dat een kind meer is dan zijn Cito-score. Beide zijn waar. Cito meet de vaardigheid van een leerling op een bepaald moment in zijn ontwikkeling. Het geeft het rendement van het aanbod aan in relatie tot de de kenmerken van de leerling. Dit rendement geeft de leraar een indicatie van waar de leraar met zijn aanbod moet insteken: het basisaanbod? Een verrijkt aanbod? Of een intensiever aanbod? Omdat Cito een genormeerde toets is, kunnen we alle leerlingen met elkaar vergelijken. Leerlingen, groepen en scholen kunnen zich onderling met elkaar én met de landelijke normen vergelijken. Cito-gegevens zeggen vrijwel uitsluitend iets over de kwalificatiefunctie van het onderwijs. Over de andere kerntaak, het socialiseren van leerlingen, doen Cito-toetsen geen uitspraak.

Stop, denk, doe

Elk weldenkend mens weet dat een enkel cijfer aan het eind van de schoolloopbaan geen goede weerspiegeling is van minimaal acht jaar onderwijs. Het is zelfs geen betrouwbare voorspeller van het schoolsucces van de leerling in het voortgezet onderwijs. Dat heeft echter niets met Cito te maken, maar met het feit dat één enkel meetmoment geen betrouwbare informatie oplevert. Situationele factoren kunnen bij de Cito-eindtoets een grote rol spelen. Het schoolbestuur in Brabant heeft ervaren hoe handig het is om gedurende de ontwikkeling een (genormeerde en vergelijkbare) indicatie te hebben van het werk- en denkniveau van de leerlingen. Het helpt om het onderwijs beter af te stemmen op de leerling en om ouders te informeren over de te verwachte uitstroombestemming van hun kind. Scholen die dit halfjaarlijks doen, hebben de eindtoets niet meer nodig. Zij hebben gedurende de schoolloopbaan voldoende informatie verzameld om een goed advies te kunnen geven. Wanneer alle scholen zo zouden werken, kan de eindtoets (welke dan ook) worden afgeschaft zonder dat scholen in het Voortgezet onderwijs opnieuw een capaciteitenonderzoek hoeven te doen.

Beïnvloedbare onderwijspraktijk

Door genormeerde toetsen (Cito of een andere)  te gebruiken ontvangt de leerkracht nuttige informatie over het effect van zijn handelen op de groep. Scholen die leren zorgvuldig waar te nemen en te analyseren, zijn beter in staat de schoolontwikkeling af te stemmen op wat de leerlingen nodig hebben.  Deze scholen ervaren ook dat onderwijsresultaten meer te beïnvloeden zijn, dan ze voorheen aannamen. Een mooi voorbeeld hiervan liet een leerkracht zien die aan het stoeien was met het inrichten van zijn onderwijsarrangementen. Ze waren nog verre van volledig beschreven. De leerkracht hij had wel besloten om de schoolambitie die hij met de drie niveaugroepen had vastgesteld te bespreken met de leerlingen. Deze manier van leerlingen verantwoordelijk te maken voor het eigen leerresultaat, bleek een effectief middel om significant betere leeropbrengsten te bereiken. Een Cito-toets zegt dus niet alles over de kwaliteit van een school, maar wel degelijk iets over de het rendement van het onderwijsaanbod in relatie tot de kenmerken van de leerling. Het onderwijsaanbod omvat ook de kwaliteit van het onderwijsgedrag van de leerkracht.

Verkeerde discussie

Door de focus  te leggen op de eindtoets, voeren we in Nederland de verkeerde discussie. Belicht wordt de functie om scholen af te rekenen. Terwijl de functie om te dienen als één van de feedbackinstrumenten van effectief leerkrachtgedrag onbelicht blijft.  Het geeft populisten een handvat om het gesprek zo te vervormen dat het niet meer gaat over het nut van het verzamelen van genormeerde en vergelijkbare informatie over de prestaties van onze leerlingen. Hiermee dreigen we een kwalitatief  instrument in een verkeerd daglicht te stellen Het meten van prestaties is iets wat wij mensen altijd al hebben gedaan. We doen het in de sport, om onze gezondheid te beïnvloeden of om ons werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Maar om een meetinstrument te gebruiken als tool om een beeld te krijgen of het handelen van de leerkracht effectief is, kost ons moeite. Ik hoop dat de scholen die de (relatieve) toegevoegde waarde in de praktijk hebben ervaren en de Cito-gegevens op een goede manier plaatsen in het geheel van gegevens die ze over leerlingen verzamelen zich in de discussie gaan mengen. Laat deze bijdrage een start zijn.

 

 

 

 

Laat een reactie achter