Mediawijsheid

O21 publiceert in haar nieuwsbrieven elke keer een artikel over één van de 21e eeuwse vaardigheden. Deze keer staan we uitvoerig stil bij de competentie mediawijsheid.

Inleiding

We leven in een tijd waarin Social Media ons overspoelt. Gemiddeld kijken we 221 keer per dag op onze smartphone. Kinderen van 10 tot 14 jaar consumeren gemiddeld 5,5 uur per dag media blijkt uit onderzoek[1]. Dat onderstreept dat het van groot belang is kinderen hierin structureel te begeleiden. In het curriculum dat de komende jaren voor het basisonderwijs ontwikkeld wordt, zal Mediawijsheid als onderdeel van digitale geletterdheid dan ook structureel onderdeel opgenomen worden.

Definitie van mediawijsheid

Mediawijsheid werd als term in 2005 geïntroduceerd door de Raad voor Cultuur. Het omvat alles wat te maken heeft met nieuwe media, sociale media, internet, smartphones, tablets en hoe je hiermee moet omgaan. Daarmee is mediawijsheid (zoals meerdere 21e eeuwse vaardigheden) een containerbegrip.  Het risico hiervan is dat de inhoud je onvoldoende concreet voor ogen komt te staan. Daarom is een goede definitie van het begrip van belang. Hieronder geef ik drie definities weer:

Mediawijsheid is:

  • De verzameling competenties die je nodig hebt om actief én bewust te kunnen deelnemen aan de mediasamenleving (mediawijzer.net – 2010).
  • Het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld (Raad voor Cultuur – 2005).
  • Het veilig en slim inzetten van alle beschikbare media om de eigen kwaliteit van leven te vergroten én ervoor te zorgen dat je optimaal kunt deelnemen aan de wereld om je heen (mediawijsheid.nl-2017).

Uit deze definities springen een aantal woorden in het oog: actief, bewust, kritisch, veilig en slim.

Kennelijk moeten we ervoor waken om de golf aan media die ons overspoelt passief, onbewust, naïef en ondoordacht over ons heen te laten komen. De voorbeelden hiervan kennen we allemaal: variërend van Project X in Haren, het aanklikken van een link in een phishing mailtje met onvoorziene gevolgen, het verabsoluteren van wat op Facebook staat en het voor waar aannemen van fake-news.

Risico’s van mediagebruik

Leerlingen in het basis en voortgezet onderwijs maken (zeker vanaf de bovenbouw) massaal gebruik van Social Media. Kinderen van 10 jaar en ouder gebruiken vrijwel allemaal Whatsapp (89%), Facebook (75%), Youtube (72%), Snapchat (37%) en Instagram (45%). In het VO ligt het gebruik van de twee laatstgenoemde social media nog een stuk hoger.

De gemeente Den Haag besloot recent meer dan 100 smartphones uit te delen aan minderbedeelde leerlingen[2]. Een proactieve reactie, omdat zij van mening zijn dat kinderen van minderbedeelde ouders de mogelijkheden moeten kennen en ervaren. Een smartphone ontsluit de nodige sociale media en biedt een schat aan mogelijkheden, op het gebied van communiceren, entertainment, sociale contacten en educatie. Leerkrachten die dit inzien zullen daarom ook meer en meer actief gebruik maken van media in en bij hun lessen. Het initiatief flipping the classroom is hier een mooi voorbeeld van.

Naast de vele mogelijkheden en kansen die Sociale Media bieden zijn er ook de nodige risico’s te benoemen. Hieronder richt ik me op de zes belangrijkste risico’s, waarbij ik met name leerlingen in het PO en VO voor ogen houdt.

  1. Grooming

Via Sociale Media kunnen leerlingen online verleid worden door anderen, vaak met seksuele bedoelingen. Het kan hier gaan om volwassenen die zich voordoen als medeleerlingen en vindt vaak plaats via de chat of een social game. Eén op de drie leerlingen geeft aan wel eens met onbekenden te chatten. 27% van de ouders zegt weleens met grooming te maken te hebben gehad. Veelal betrof het hier leerlingen van 12 tot 16 jaar.

  1. Cyberpesten

Leerlingen worden via internet of social media (meer en intenser dan veel ouders en leerkrachten zich realiseren) gepest. Gemene berichten, belachelijk maken, uitschelden, delen van foto’s of filmpjes, of het delen van mobiele nummers van medeleerlingen is aan de orde van de dag.

8% van de kinderen geeft aan digitaal gepest te worden; twee op de drie leerlingen weet ook wie de dader is.

  1. Sexting

Het verspreiden van seksueel getinte teksten, foto’s of filmpjes. Het hoogste risico hiervoor ligt bij leerlingen van 15 jaar en ouder, maar zelfs in het basisonderwijs komt dit al voor. Shame sexting is het zonder toestemming plaatsen van teksten, foto’s of filmpjes. Sextortion gaat nog verder, waarbij het slachtoffer afgeperst wordt met seksueel getinte foto’s of video’s. 40% van de jongeren heeft het verzoek gekregen pikante foto’s van zichzelf te delen. 15% van hen heeft dit ook daadwerkelijk een of meerdere keren gedaan.

  1. Oplichting, virtuele diefstal

Bijna tien jaar geleden kwam mijn dochter in tranen naar beneden en vertelde dat haar virtuele kamers van Habbohotel waren leeggeroofd. 15% van de leerlingen is in spelomgevingen bestolen. Vaak vindt dit plaats door zogenaamde gratis aanbiedingen. Wanneer leerlingen op de link klikken en voor hun gevoel inloggen, geven ze hun gebruikersnaam en wachtwoord af, waarna hun digitale omgeving wordt leeggeroofd.

  1. Geweld

Leerlingen van nu zien door de media structureel meer geweld dan vroeger en worden soms met zeer schokkende beelden geconfronteerd. Niet alleen de sociale media, maar ook nieuwsdiensten zoals het NOS-journaal laten soms schokkende beelden zien waar jonge leerlingen mee kunnen worden geconfronteerd.

  1. FOMO (fear of missing out)

Een steeds grotere groep leerlingen is bang om niet op de hoogte te blijven van alle berichten. Zij checken 24/7 hun smartphone, willen op de hoogte blijven van alles, zodat ze kunnen meepraten, stellen zaken uit ten gunste van het checken van Sociale Media. Hierdoor krijgen leerlingen last van stress en slaapproblemen en kunnen zich hierdoor minder goed concentreren.

Mediawijsheid en het onderwijs

De verwachting is dat de samenleving steeds verder zal medialiseren. Om optimaal mee te kunnen doen in de samenleving vol media is mediawijsheid onmisbaar. Het vinden van een baan, jezelf ontwikkelen en scholen, sociale contacten onderhouden, gezond blijven en zelfs gelukkig worden: voor al deze zaken zal het steeds belangrijker worden dat mensen de mogelijkheden van nieuwe mediatoepassingen weten te benutten – en soms ook juist weten te weerstaan. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden die media bieden, zowel in het onderwijs nu, als in de mediasamenleving van straks, hebben leerlingen mediawijsheid nodig.​

Zowel de risico’s als de positieve mogelijkheden,  geven meer dan voldoende aanleiding om hier in het onderwijs structureel aandacht aan te besteden. Wat mij betreft schiet een eenmalige ‘week van de mediawijsheid’ (hoe goed ook) dan ook tekort. De afgelopen jaren zijn er tientallen initiatieven geweest die mediawijsheid en het gebruik van social media als thema hebben neergezet. In deze bijdrage beperk ik me tot twee grootschaliger initiatieven, namelijk de MediaDiamant en het Nationaal Mediapaspoort.

De MediaDiamant

De Mediadiamant is bedoeld voor opvoeders (ouders en leraren) die kinderen willen begeleiden bij het omgaan met sociale media en is gebaseerd op kennis van experts en wetenschappers. Het heeft als doel het gesprek over de verschillende kanten van mediaopvoeding op gang te brengen.

De MediaDiamant is opgebouwd uit vijf kanten die samen de belangrijkste onderdelen van mediaopvoeding vormen:

  • Plezier – geniet van de mogelijkheden
  • Veilig – voorkom risico’s
  • Samen – begeleid het kind
  • Inhoud – weet welke media geschikt zijn
  • Balans – momenten met en zonder

Meer info: https://www.mediawijsheid.nl/mediadiamant/

Het Nationaal Mediapaspoort

Persoonlijk ben ik erg enthousiast over het Nationaal Mediapaspoort, met name omdat het een concentrische leerlijn en modules bevat voor alle groepen en klassen in basis- en voortgezet onderwijs. Hierbij wordt al vanaf groep 1 structureel aandacht besteed aan mediawijsheid. Daarnaast zijn de lespakketten voor het primair onderwijs gratis te gebruiken.[3]

Het Nationaal Media Paspoort gaat uit van vier invalshoeken en zeven thema’s:

  1. Kennen: weten wat speelt
  2. Voelen: media doet beroep op emotie
  3. Willen: motivatie om ermee om te gaan
  4. Doen: welke strategie gebruik je

De zeven thema’s die ieder jaar in elke groep weer terugkomen zijn:

  1. Weet wat je ziet
  2. Bewaak je identiteit online
  3. Wat je geeft krijg je terug
  4. Houd de klok in de gaten
  5. Maak goede keuzes
  6. Bescherm je privacy
  7. Zorg voor je eigen veiligheid

Meer info: https://www.nationaalmediapaspoort.nl/

Bijdrage door: Henk van de Hoef

Geraadpleegde bronnen


[1] van Deursen & Van Dijk (2012). Trendrapport internetgebruik. Een Nederlands en Europees perspectief. Universiteit Twente.

[2] https://www.metronieuws.nl/nieuws/binnenland/2017/08/arme-haagse-brugklassers-krijgen-smartphone

[3] Het Nationaal Mediapaspoort is een initiatief van de Nationale Academie voor Media en Maatschappij, in samenwerking met de Radboud Universiteit.