ICT-basisvaardigheden in relatie tot digitale geletterdheid

O21 publiceert in haar nieuwsbrieven elke keer een artikel over één van de 21e eeuwse vaardigheden. In de vorige nieuwsbrief is de term ‘informatievaardigheden’ besproken. Deze tekst kunt u hier vinden. Deze keer staan we stil bij de competentie ICT-basisvaardigheden in relatie tot digitale geletterdheid en de handreiking ‘ICT-vaardigheden voor leerkrachten’.

Bijdrage door: Berdien Teeuwen

Inleiding
ICT-basisvaardigheden valt samen met informatievaardighden, computational thinking en mediawijsheid onder de noemer digitale geletterdheid(12). Digitale geletterdheid houdt in dat de leerling digitale informatie en communicatie verstandig kan gebruiken en kritisch kan beoordelen wat de gevolgen hiervan zijn(7). Door de toenemende digitalisering van de maatschappij krijgt digitale geletterdheid een steeds belangrijkere betekenis in het dagelijks leven. Bedenkt u maar eens wanneer de laatste dag was dat u geen digitale middelen gebruikt hebt. Ik kan mijn laatste dag zonder smartphone of digitale televisie eerlijk gezegd niet meer herinneren. Het zal waarschijnlijk een dag geweest zijn op een tropisch eiland waar niets moest. In mijn dagelijkse (werk)leven kan ik in elk geval niet meer zonder media. Niet alleen volwassenen, maar ook kinderen krijgen bijna dagelijks te maken met een vorm van digitale media. Zij gebruiken op jonge leeftijd al een smartphone of Ipad. Bijvoorbeeld om een filmpje te kijken of een spelletje te spelen. In het (basis)onderwijs is ICT inmiddels niet meer weg te denken(9). Leerlingen leren steeds vaker digitaal en zoeken informatie op het internet op. Om met deze digitale media om te kunnen gaan is het van belang dat burgers voldoende vaardigheden bezitten om effectief te kunnen participeren in de maatschappij van de toekomst(1,5). Deze vaardigheden worden niet als vanzelf door iedereen beheerst, maar kunnen wel aangeleerd worden. Dit geldt voor leerlingen, maar ook voor leerkrachten.

Definitie van ICT-basisvaardigheden
ICT-basisvaardigheden zijn de kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en computernetwerken te begrijpen. Hierbij kunt u denken aan het kunnen in en uitschakelen van de computer, maar ook weten hoe te handelen wanneer thuis de wifi is uitgevallen. Deze vaardigheden zijn nodig om te kunnen omgaan met verschillende soorten technologieën en om de bediening, de mogelijkheden en de beperkingen van technologie te begrijpen. Het begrip computer wordt hier dus breed gebruikt, niet alleen als pc, desktop of tablet, maar elke technologie waarin een microprocessor is gebruikt(12).

Het gaat dus eigenlijk om de basiskennis die nodig is om de andere drie vaardigheden in de cirkel van digitale geletterdheid te kunnen verwerven. Zonder basiskennis over bijvoorbeeld de werking van computers of het internet is het lastig om mediawijs te worden. ICT-basisvaardigheden zijn de beginselen van een veel groter geheel.

ICT-vaardigheden in het onderwijs
Voor het onderwijs ligt de taak leerlingen digitale geletterdheid te onderwijzen en hen daarmee de vaardigheden mee te geven die zij in hun latere leven nodig hebben(3). Uit de ‘International Computer and Information Literacy Study’ (ICILS), een internationaal onderzoek naar de digitale geletterdheid van leerlingen uit 21 landen (60.000 deelnemers), blijkt dat het onderwijs aan deze taak onvoldoende aandacht besteedt(10). Slechts 18% van de 1054 ondervraagde Nederlandse leerkrachten schenkt in hun onderwijs aandacht aan digitale geletterdheid(10). De ICT-vaardigheid van leerlingen wordt momenteel grotendeels bepaald door wat zij van hun ouders meekrijgen(18,5,8) en in hoeverre zij toegang hebben tot ICT(19). Dit maakt dat leerlingen die thuis weinig meekrijgen op dit gebied achter (blijven) lopen op leeftijdsgenoten die thuis wel veel meekrijgen. Formele educatie is dus een vereiste bij het aanleren van ICT-vaardigheden(1).
Voor veel leerkrachten is dit een grote uitdaging aangezien niet alle leerkrachten zelf voldoende ICT-vaardigheden bezitten. Wat logisch te verklaren is door het feit dat veel van hen zijn opgegroeid in een tijd waar ICT geen grote rol speelde of simpelweg geen affiniteit hebben met ICT. Dit maakt het voor leerkrachten wel lastig om digitale geletterdheid te onderwijzen aan hun leerlingen. Uit onderzoek is gebleken dat de mate waarin leraren zich competent voelen in het integreren van ICT in de klas relateert aan het daadwerkelijke gebruik van ICT in de klas(4, 11). Leerlingen die in de klas zitten bij een leerkracht die het lastig vindt om ICT een plaats te geven in het lesgeven, krijgen dus minder kansen om juist te leren omgaan met ICT.

In diverse onderzoeken is geschreven over bedreigende en bijdragende factoren voor de implementatie van ICT.
Factoren die bedreigend zijn bevonden voor de implementatie van ICT in het onderwijs zijn:

  • Teacher generation gap en ontoereikende training van leraren(15)
  • Gebrek aan ICT-vaardigheden(16)
  • Pedagogische overtuiging(6)

Factoren die kunnen bijdragen aan de implementatie van ICT in het onderwijs zijn:

  • De ICT-vaardigheid van een leerkracht(2) en innovativiteit(13)
  • Een positief competentiegevoel t.o.v. de integratie van ICT in de klas(4,11)
  • Professionele ontwikkeling binnen het thema ICT(16)

De bedreigende en bijdragende factoren impliceren dat het van belang is dat een leerkracht werkt aan zijn professionele ontwikkeling en zich voldoende competent voelt om ICT te implementeren in zijn lesgeven. Uit onderzoek van O21 en Oberon onder ruim 20 schoolbesturen (2300 deelnemers) blijkt dat er op het gebied van de professionele ontwikkeling van leerkrachten een uitdaging ligt(14).(Zie ook het eerder gepubliceerde artikel “Hoe ICT-vaardig zijn leerkrachten in het basisonderwijs”). Het is namelijk niet duidelijk welke ICT-vaardigheden er van een leerkracht verwacht mogen worden. Besturen hebben behoefte aan het antwoord op de volgende vraag: Welke ICT-vaardigheden mogen van iedere leerkracht tenminste verwacht worden? O21 heeft hier onderzoek naar gedaan. Zij hebben leerkrachten, ICT-coördinatoren en schoolleiders bevraagd op de ICT-vaardigheden die een leerkracht nodig heeft. Het onderzoek heeft geresulteerd in een handreiking ICT-vaardigheden waarin aangegeven wordt welke ICT-vaardigheden er van een leerkracht basisonderwijs verwacht mogen worden. Het product kan gebruikt worden ten behoeve van de professionalisering van leerkrachten doordat de handreiking het voor schoolleiders en hun team inzichtelijk maakt over welke ICT-vaardigheden een leerkracht al beschikt en welke ICT-vaardigheden nog verworven kunnen worden. Dit maakt de aansturing van dit proces gemakkelijker. O21 kan hierbij vanaf het komende schooljaar ondersteuning bieden.

Literatuurlijst

  1. Aesaert, K., Vanderlinde, R., Tondeur, J., & van Braak, J. (2013). The content of educational technology curricula: a cross-curricular state of the art. Educational Technology Research & Development, 61(1), 131e151.
  2. Aesaert, K., van Braak, J., Van Nijlen, D., & Vanderlinde, R. (2015). Primary school pupils’
    ICT competences: Extensive model and scale development. Computers & Education, 81, 326-344.
  3. Albion, P. R., Tondeur, J., Forkosh-Baruch, A., & Peeraer, J. (2015). Teachers’ professional
    development for ICT integration: towards a reciprocal relationship between research and practice. Education and Information Technologies, 20(4), 655-673.
  4. Compeau, D., Higgins, C. A. and Huff, S. (1999). Social Cognitive Theory and Individual Reactions to Computing Technology: A Longitudinal Study. MIS Quarterly 23, 145–158.
  5. Fraillon, J., Ainley, J., Schulz, W., Friedman, T. & Gebhardt, E. (2014). Preparing for Life in a Digital Age. The IEA International Computer and Information Literacy Study International Report. Springer, Cham.
  6. Hermans, R., Tondeur, J., van Braak, J., & Valcke, M. (2008). The impact of primary school teachers’ educational beliefs on the classroom use of computers. Computers & Education, 51(4), 1499–1509.
  7. Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (2012). Digitale geletterdheid in het
    voortgezet onderwijs: Vaardigheden en attitudes voor de 21ste eeuw. Amsterdam: KNAW.
  8. Luyten, H., Veen, D., & Meelissen, M. (2015). De relatie tussen leerling-en schoolkenmerken en digitale geletterdheid van 14-jarigen: secundaire analyses op de data van ICILS- 2013.
  9. McKenney, S., and Voogt, J. (2010). Technology and Young Children: How 4–7 Year Olds Perceive Their Own Use of Computers. Computers in Human Behavior 26: 656–664.
  10. Meelissen, M. R. M., Punter, R. A., & Drent, M. (2014). Digitale geletterdheid van leerlingen in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs. Nederlandse resultaten van ICILS-2013.
  11. Sang, G., Valcke, M., van Braak, J. and Tondeur, J. (2010). Student Teachers’ Thinking Processes and ICT Integration: PredICTors of Prospective Teaching Behaviors with Educational Technology.”Computers & Education 54, 103–112.
  12. SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) (2014). Digitale geletterdheid en 21e eeuwse vaardigheden in het funderend onderwijs:Een conceptueel kader. Enschede: SLO.
  13. Tondeur, J., M. Valcke, and J. van Braak. 2008. “A Multidimensional Approach to Determinants of Computer Use in Primary Education: Teacher and School Characteristics.” Journal of Computer Assisted Learning 24: 494–506.
  14. Van de Hoef, H. & van Aarsen, E. (2016). Hoe ICT-vaardig zijn leerkrachten in het basisonderwijs? Uitkomsten onderzoek ICT-vaardigheden onder 2.300 leerkrachten.
  15. Vanderlinde, R. & van Braak, J. (2010). The E-Capacity of Primary Schools: Development of a Conceptual Model and Scale Construction from a School Improvement Perspective. Computers & Education 55, 541–553.
  16. Vanderlinde, R., Aesaert, K., & Van Braak, J. (2014). Institutionalised ICT use in primary education: A multilevel analysis. Computers & Education, 72, 1-10.
  17. Vekiri, I. (2010). Socioeconomic differences in elementary students’ ICT beliefs and out-of-school experiences. Computers & Education, 54(4), 941–950.
  18. Zhong, Z. J. (2011). From access to usage: The divide of self-reported digital skills among adolescents. Computers & Education, 56, 736–746.