Het belang van PISA onderzoek in het Voortgezet Onderwijs

Laat een reactie achter

Een bijdrage van Menno van Hasselt

Wie de afgelopen weken het nieuws heeft gevolgd, is wellicht twee artikelen over de nieuwe PISA resultaten tegengekomen. De Volkskrant kopte: Nederland daalt op wereldranglijst, maar scoort op wiskunde. Terwijl de NRC kopt: Nederland slechter in wiskunde, wel hoger op de ranglijst. Hoe kan het dat beide kranten gelijk hebben met hun (op het oog tegengestelde) conclusie?Schermafbeelding 2013-12-07 om 12.12.48

Wat meet PISA?

PISA (Programme for International Student Assessment) is een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek dat wordt uitgevoerd onder auspiciën van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Sinds 2000 wordt om de drie jaar in een groot aantal landen een representatieve steekproef gehouden onder van 4.500 – 10.000 15-jarige scholieren in het onderwijs. Zij worden uitgebreid getoetst op hun kennis en vaardigheid op het gebied van taal (moedertaal), wiskunde en natuurwetenschappen.

Kritiek op PISA

De PISA resultaten zijn omstreden. Alle landen worden wel op dezelfde manier bevraagd, maar de vraagstelling zelf wijkt in meer of mindere mate af van de opvattingen over onderwijs van elk land. Hierdoor wordt er met verschillende maten gemeten. De kritiek is onder andere gebaseerd op  onderzoek van de Deense Professor Svend Kreiner, een statisticus van de Universiteit van Kopenhagen en van Dr Hugh Morrison van Queens University in Belfast. Zij stellen dat de gebruikte generalisatie alleen werkt als de vragen voor de leerlingen van verschillende landen gelijke zwaarte hebben. Dat is niet het geval. Hierdoor neemt de betrouwbaarheid af. In Nederland is Cito de organisatie die deels de toetsen ontwikkelt.

Middenmoot

Dit jaar keken de PISA onderzoekers ook naar het aantal excellente leerlingen per land. Nederland heeft minder excellente leerlingen dan de meeste landen op vergelijkbare hoogte in de lijst, maar ook minder zeer zwakke leerlingen. Dit bevestigt het beeld uit verschillende onderzoeken van de Onderwijsinspectie, dat het Nederlandse onderwijs vooral goed is in het opleiden van de middenmoot. (bron: Volkskrant.nl).  Leraren hebben in ons land een sterke focus op het voorkomen van en omgaan met de zwakkere leerlingen.

Discussie over deelname

Deelname van Nederlandse VO-scholen aan het PISA onderzoek is niet verplicht. In het voorjaar publiceerde het Ministerie van OCW een wetswijziging om meer opbrengstgericht te werken in de scholen voor het Voortgezet Onderwijs. Deze wetswijziging omvat de invoering van een LVS, een diagnostische tussentoets en de verplichte deelname aan het PISA onderzoek. De VO-raad en de onderwijsraad ondersteunen dit voorstel, maar de raad van State is niet voor verplichte deelname aan de PISA onderzoeken. Zij stellen: “Mede vanuit het uitgangspunt dat de overheid terughoudend moet omgaan met opleggen van verplichtingen die de eigen ruimte van scholen inperken, acht de Afdeling het verplicht stellen van deelname aan internationaal vergelijkende onderzoeken een te zwaar middel”.

Welke bril zet u op?

U kunt ervoor kiezen de PISA resultaten niet serieus nemen, omdat de statistische onderbouwing ontbreekt. U kunt er ook voor kiezen om de PISA onderzoeken te zien als een richtinggevend instrument op basis waarvan beleidsmakers gefundeerde beslissingen kunnen nemen op het gebied van onderwijs. Of als instrument om de kansen van onze leerlingen op de internationale arbeidsmarkt te vergroten doordat zij hoog scoren. Deze bril bepaalt onder meer de wijze waarop u tegen een opbrengstgerichte cultuur in het Voortgezet Onderwijs aankijkt. Kiest u  ervoor de PISA resultaten niet serieus te nemen? Stelt u zichzelf dan eens de vraag wat het effect voor de werkgelegenheid van onze jeugd zou kunnen zijn wanneer de PISA wél een betrouwbaar beeld zou weergeven.

Van de wereld naar de individuele leerling

Tegenstanders van de PISA onderzoeken gebruiken vaak het argument van de toetsdruk. De vraag is echter niet hoeveel toetsen er in het Voorgezet Onderwijs afgenomen moeten worden, maar welke toetsen van belang zijn om te dienen als goede voorspeller voor schoolsucces. Zo beschreven Ine Cordfunke en Wijnand Gijzen een manier waarop scholen hun integrale data kunnen weergeven om de onderwijskundige mechanismen van de school inzichtelijk te maken. Hun artikel kunt u hier downloaden.

Waar PISA een uitspraak doet over de relatieve positie van Nederlandse leerlingen ten opzichte van andere landen in de wereld, biedt het instrument van Cordfunke en Gijzen een handvat om de relatieve positie van groepen leerlingen binnen een school inzichtelijk te maken. Beide instrumenten doen dus hetzelfde, maar op een ander abstractieniveau.

Relatie tussen school en arbeid

De school dient voor een leerling een goede voorbereiding te vormen voor hun toekomstige plaats op de arbeidsmarkt. Toch is ruim 17% van onze jongeren werkloos. Het betreft vooral jongeren zonder startkwalificatie. Maar ook jongeren met een hoger opleidingsniveau lukt het steeds vaker niet om werk te vinden. Een analyse van deze stijging is complex. Er zijn verschillende factoren die een rol spelen. De basis ligt bij het slechte economische klimaat.

Juist in deze tijd zou je verwachten dat onderzoeken als PISA en TIMMS niet worden afgeschilderd als onbetrouwbare, nutteloze cijferbrij. Ze geven namelijk telkens weer twee trends aan. De eerste trend is dat we in Nederland goed onderwijs verzorgen en dat de kwaliteit steeds iets beter wordt. De tweede trend is dat er verschillende landen zijn die ons voorbijstreven, waardoor we langzaam aan tot de middenmoot gaan behoren. En dat is niet best voor de kansen op de arbeidsmarkt voor onze jongeren in een globaliserende wereldeconomie. Het enige dat scholen hoeven te doen, is deze relatie goed tussen de oren te knopen en te gaan sturen op hoge opbrengsten, waaronder die van de PISA-resultaten.

Laat een reactie achter